Loading...
 

Module

Een module is een beschrijving van methodes en tools om een maatschappelijk effect (of meerdere, samenhangende effecten) van een sportevenement te meten en/of te beschrijven. Het is hetzelfde als een richtlijn.

In het laatst gezamenlijke vastgestelde onderzoeksprogramma WESP wordt een module als volgt omschreven:
In het eerder genoemde document is vastgesteld dat de werkgroep haar activiteiten structureert op basis van modules. De reden hiervoor is dat modules de communicatie met gebruikers (gemeenten, organisatoren, bonden e.d.) van de gegevens vergemakkelijkt. Niet iedere gebruiker heeft immers behoefte aan dezelfde informatie over een sportevenement: voor een gemeente kunnen met name de economische en waardering van de inwoners belangrijk zijn, terwijl een organisator voornamelijk geïnteresseerd is in de tevredenheid onder deelnemers en/of toeschouwers. Door effecten te clusteren in herkenbare thema’s, gemeten in kerncijfers, wordt de transparantie van informatie vergroot. Het is dan wel van belang dat het duidelijk is wat er precies wel en niet in een module zit.

Een voorlopige definitie van een module is:

‘een module is een beschrijving van methodes en tools om een maatschappelijk effect (of meerdere, samenhangende effecten) van een sportevenement te meten en/of te beschrijven’

De afgelopen jaren is er door verschillende partijen onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten of impact van sportevenementen. Dit is samengevat in een figuur door de DSP-groep (DSP-groep, 2012, Meer halen uit sportevenementen.Evaluatie VWS beleidskader pilots sportevenementen; zie onder). Er worden zes themagebieden onderscheiden:

Gezondheid & Vitaliteit
Participatie & Cohesie
Beleving & Ervaring
Economie & Werk
Milieu & Innovatie
Imago & Identiteit

De WESP heeft vastgesteld dat het wenselijk is om binnen alle zes de thema’s één of meerdere modules beschikbaar te hebben. Naast deze thematische modules is ook besloten om te komen tot een basis module waarin beschreven staan (i) de methodologie die voor alle, of vrijwel alle thematische modules gebruikt wordt, zoals de keuze voor een bepaald type onderzoek en gewenste steekproefomvang; en (ii) de standaarden voor het onderzoek van basisgegevens, zoals de bezoekers- en deelnemersaantallen en het profiel van de onderzoekspopulatie.

De uiteindelijke lijst met modules zal niet uitputtend zijn, maar dat is op zich geen probleem. Mochten er op basis van voortschrijdend inzicht belangrijke maatschappelijke vragen of effecten over het hoofd gezien zijn, dan kan de WESP ten allen tijde besluiten om deze toe te voegen en een nieuwe module in het leven roepen.

Wel is mogelijk een probleem dat sommige van bovenstaande thema’s elkaar sterk raken of overlappen. Een module moet nu eenmaal een duidelijk afgebakend geheel zijn, en er mag in principe geen overlap met andere modules zitten. Een voorbeeld is het onderzoek naar de belevingswaarde van een evenement bij inwoners en deelnemers: qua methode zijn deze thema’s nauw verwant: de vragenlijsten en aanpak zullen veel op elkaar lijken, alleen de doelgroep verschilt. Maar vanuit de gebruiker geredeneerd is de belevingswaarde voor inwoners iets wezenlijks anders dan van deelnemers. Een oplossing hiervoor is om onderscheid te maken naar het gebruikersperspectief en het methodologisch perspectief. In de afgelopen jaren heeft de WESP haar modules ingericht vanuit een methodologisch perspectief, waarbij de vertaalslag naar de gebruikers voor rekening kwam voor de onderzoeker.

Opgemerkt zij ook dat modules niet onwrikbare pilaren voor onderzoek waren. In de afgelopen jaren is gebleken dat wanneer een module (of richtlijn) ontwikkeld was, deze in de praktijk nog veel vragen, onduidelijkheden en soms zelfs tegenstrijdigheden met zich meebrachten. Alhoewel er bij de totstandkoming van een richtlijn gestreefd wordt naar consensus binnen de WESP, betekent dit niet dat die modules niet zonder discussie mogen zijn, zowel binnen als buiten de WESP.

Daarbij komt ook dat de onderliggende theorie soms ook doorontwikkeld wordt, iets waaraan de WESP ook een bijdrage wil leveren. Dat betekent in de praktijk ook dat de bestaande richtlijnen ook met enige regelmaat moeten worden herzien en waar nodig aangepast of geüpdatet (met versiebeheer). De komende jaren zal, met het groeien van de beschikbare modules, er een verschuiving gaan plaatsvinden van het creëren van richtlijnen naar het onderhoud ervan.

In die zin is er sprake van een levenscyclus van de modules, waarbij we vijf verschillende niveau’s kunnen onderscheiden die hier onderzouden kunnen liggen:

Behoefte: is er binnen de WESP of bij (potentiële) gebruikers behoefte aan?
Knowhow: is er voldoende kennis bij de WESP voorhanden?
Module: is er een module bij de WESP beschikbaar of in ontwikkeling?
Gebruik: in welke mate is de module in de praktijk gebruikt?
Revisie: is er noodzaak of behoefte aan een revisie van de module?

Created by admin. Last Modification: vrijdag september 8, 2017 10:21:01 CEST by admin.